Medewerkers 2023

Betrokken en vakbekwame medewerkers

Vakbekwame medewerkers

De medewerkers van Stichting Nedereind zijn over het algemeen op HBO-niveau (Social Work/SPH/MWD) of hoger opgeleid. Dit wordt ook standaard gevraagd in de advertenties voor een groepsleidersfunctie. Een klein aantal heeft een MBO-opleiding op vergelijkbaar terrein en/of volgt een HBO-opleiding. Sinds 2019 werken ook studenten pedagogische wetenschappen van de Universiteit Utrecht als assistent groepsleiders of slaapwacht bij Nedereind.

Leren en ontwikkelen

Aan het einde van elk jaar wordt de medewerkers gevraagd waar ze aan willen werken voor het nieuwe jaar. Deze uitvraag wordt gedaan door de orthopedagoog die op basis van de inventarisatie een nieuw deskundigheidsbevorderingsplan opstelt.

Voor 2023 is in dit scholingsplan rekening gehouden met het beleid op organisatieniveau en de individuele behoeften van de ambulant begeleiders. Medewerkers van de stichting kunnen een aantal keer per jaar deelnemen aan verschillende cursussen en workshops over actuele onderwerpen met betrekking tot de doelgroep en het werkveld. Bovendien wordt elk jaar een beleidsmiddag georganiseerd, waarin samen met de medewerkers naar het huidig beleid en beleidsontwikkeling wordt gekeken. Ook de medewerker zelf heeft binnen Stichting Nedereind invloed op het beleid. 

Medewerkertevredenheid

In april 2021 heeft er een medewerkerstevredenheidsonderzoek plaatsgevonden onder de medewerkers van Stichting Nedereind. Het onderzoek is afgenomen in de vorm van een schriftelijke vragenlijst. Hierbij is gekeken naar de volgende aspecten: werkzaamheden; arbeidsomstandigheden; werkdruk; collega’s; leidinggevende; organisatie; ontwikkelingsmogelijkheden; beloning; communicatie; werken bij Stichting Nedereind; RI&E Welzijn.

Uit het onderzoek blijkt dat alle medewerkers tevreden tot zeer tevreden zijn over het werken bij Stichting Nedereind. Zo zijn er geen aspecten waarover men meer ontevreden is dan tevreden. Op alle aspecten is hetzelfde of iets minder gescoord ten opzichte van het medewerkerstevredenheidsonderzoek in 2018. De respons was 79% (15 van 19 werknemers). 

De medewerkers zijn het meest positief over de leidinggevende en hun collega’s. Bij deze onderdelen was de gemiddelde score een 9. De onderwerpen waarover medewerkers relatief gezien het minst tevreden zijn, hebben betrekking op ontwikkelingsmogelijkheden en communicatie. 

Aanbevelingen op basis van medewerkerstevredenheidsonderzoek

Sinds de coronacrisis is besloten dat er meer aandacht zal gaan naar digitale bijscholingen. Zo ontstaan er meer ontwikkelingsmogelijkheden. Verder zullen er meer gesprekken worden gevoerd met betrekking tot functioneren, doelen en ontwikkeling. Nedereind aangesloten bij de VGN-academie waardoor ook vanuit de koepelorganisatie de medewerkers programma’s kunnen kiezen, die men zou willen volgen.

Ziekteverzuim

Één van de kwaliteitsdoelstellingen van 2023 was het behouden van de continuïteit van zorg door het hebben van een stabiel team. Het doel was dit te realiseren door een laag ziekteverzuim te hebben, kleiner dan 3%.

In 2023 is deze doelstelling behaald met een ziekteverzuim van 0,58% (inclusief zwangerschapsverlof zou het 4,33% zijn). Het tienjarig voortschrijdend gemiddelde ziekteverzuim ligt op 1,67%. Het risico voor Nedereind moet wel in de gaten worden gehouden, omdat het een kleine organisatie is zonder inval- en uitzendkrachten. 

Verhalen van medewerkers

Quote Lianne

Lianne

Wat ik het mooist vind aan het werk bij Nedereind, is dat je jongeren ziet groeien als mens. Dat je ze ondersteunt bij het vinden van hun plekje in de samenleving, die toch vaak hard voor hun is, en die veel veerkracht vraagt: dat vind ik betekenisvol werk.

Quote Riang

Riang

Wat ooit begon als een leerzame HBO-stage, is uitgebloeid tot een werkplek waar ik elke dag met veel plezier naar toe ga. Binnen Nedereind werk je nauw samen met collega’s en kan je veel van elkaar leren.

Quote Audrey

Audrey

In september 2022 ben ik begonnen bij Stichting Nedereind. Iets heel wat anders dan waar ik vandaan kom. Ik ben ook tegelijkertijd begonnen met mijn studie Sociaal werker, waar ik leer en dit gelijk in de praktijk toepas.
Dit werk is zo ontzettend afwisselend, waarbij geen een dag hetzelfde is. Zo wil je van alles plannen en dan loopt de dag toch weer net even wat anders. Ik vind het leuk om met deze doelgroep dingen te ondernemen, zoals spelletjes doen, voetballen of gezellig in de tuin zitten kletsen. Er voor hun zijn en ze te helpen met diverse dingen vind ik ontzettend leuk, zoals helpen bij het zoeken naar werk of samen boodschappen doen en daarna een gezonde maaltijd samen klaarmaken. Ook hoort hier natuurlijk ook de huishoudelijke taken bij zoals het netjes houden van hun eigen kamer, hun eigen was bijhouden en de taken in het huis. Constant bezig met hun vind ik ontzettend leuk.  

Teamzelfreflectie 

Om de 2 weken komt het team bij elkaar en wordt er vergaderd. De actuele zaken die spelen op de groep worden dan besproken en er worden een aantal klantbesprekingen gedaan. Tijdens de teamvergadering is er ook ruimte voor intervisie en supervisie. Naar aanleiding van de teamzelfreflecties zijn vanuit beide locaties aanbevelingen opgesteld.

Teamreflectie Team 1
Uitgevoerd op 14-11-2023

Tijdens deze bijeenkomst hebben we het met elkaar gehad over het onderwerp handelingsverlegenheid. We hebben het gehad over momenten op de werkvloer waarbij we niet weten hoe te handelen of twijfelen om te handelen in een bepaalde situatie, terwijl de situatie daar dan wel om vraagt. Hier loopt iedereen in de praktijk tegenaan, maar het is wel een moeilijk onderwerp om met elkaar te bespreken, omdat je je ook kwetsbaar open moet kunnen stellen hiervoor, dit doe je niet zomaar even tussendoor.

Aan de aanwezige begeleiders is gevraagd een casus voor te bereiden.

Casus 1:
Dit ging over een conflictsituatie tussen twee cliënten. Met het team hebben we uitgebreid ingezoomd op de situatie en daarin zijn we met elkaar tot een aantal conclusies gekomen. We kunnen op de werkvloer meer vertrouwen hebben in de eigen inschattingen. Soms is het ook goed om juist even uit de situatie te stappen. Daarnaast is het ook goed voor de bewoners om zelf te leren hoe ze een conflict moeten oplossen. De begeleiding kan niet altijd een einde maken aan alle conflicten. 

Casus 2:
Dit ging over het omgaan met spanningen. Wanneer er op de groep herhaaldelijk incidenten voorkomen, kan het zijn dat er spanning optreedt. Dit is zowel onderling bij de bewoners, als ook bij de begeleiding het geval. Tijdens deze bijeenkomst hebben we ingezoomd op dit gevoel van spanning. We hebben gekeken naar waar de spanning vandaan komt, of dit voor alle collega’s op dezelfde manier geldt en hoe we hier het beste mee om kunnen gaan. Uiteindelijk zijn we tot een aantal punten gekomen: Wij kunnen het als begeleiding uitspreken als we merken dat er spanning heerst op de groep. Daarnaast moeten we ook aandacht hebben voor elkaar als collega’s en bespreekbaar maken wat we zien en wat we voelen. Ook komt het voor dat er activiteiten niet door kunnen gaan, vanwege deze spanningen. Wij moeten er zorg voor blijven dragen dat de activiteiten wel door kunnen gaan. 
Is dit een sfeer die op de groep heerst of een spanning die door medewerkers wordt ervaren?
En zit hier verschil in voor de medewerkers uit het team? Heeft dit invloed op de handelingsverlegenheid op de werkvloer?

Teamreflectie Team 2
Uitgevoerd op 30-01-2024

Tijdens deze bijeenkomst hebben we het met elkaar gehad over het onderwerp handelingsverlegenheid. We hebben het gehad over momenten op de werkvloer waarbij we niet weten hoe te handelen of twijfelen om te handelen in een bepaalde situatie, terwijl de situatie daar dan wel om vraagt. Hier loopt iedereen in de praktijk tegenaan, maar het is wel een moeilijk onderwerp om met elkaar te bespreken, omdat je je ook kwetsbaar open moet kunnen stellen hiervoor, dit doe je niet zomaar even tussendoor.

Aan de aanwezige begeleiders is gevraagd een casus voor te bereiden.

Casus 1:
De eerste casus die werd ingebracht betrof een situatie waarin een begeleider tussen een ruzie van twee bewoners terecht kwam. We zijn met elkaar in gesprek gegaan hoe we in het vervolg een dergelijke situatie kunnen ontmantelen voordat het tot een escalatie komt. We hebben hierin een aantal werkafspraken gemaakt over hoe om te gaan met de bewoners die in conflict zijn. Ook hebben we nogmaals benadrukt dat de beide teams voor elkaar ook een rol als sparringspartner kunnen vervullen en dat het van belang is dat daar ook gebruik van wordt gemaakt.

Casus 2:
De tweede casus ging over het samenwerken binnen het team. Het is als belang dat we als team dicht bij elkaar blijven en dat we elkaar niet uit het oog verliezen. We zijn met elkaar in gesprek gegaan over de verschillende visies die er zijn en we zijn tot een visie als team gekomen. Belangrijk hierbij is dat we in de teamvergaderingen aandacht hebben voor elkaar en voor de afspraken die we met elkaar maken, ook waarom we dat blijven doen. Bovendien is het belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven wat er wordt ervaren als collega’s onderling en wat er speelt op de groep. 

Casus 3:
De derde casus is, net als casus 1 een situatie waarin er een escalatie is met een bewoner. We hebben deze casus uiteengezet en zijn tot een aantal werkafspraken gekomen om dit in het vervolg te voorkomen. Deze afspraken hebben als doel om de veiligheid voor de bewoner en de collega te waarborgen en om ervoor te zorgen dat de samenwerkingsrelatie tussen bewoner en begeleider overeind kan blijven. 

Casus 4: De vierde en laatste casus is een risicosituatie op de groep. De begeleiding moet ook inschattingen maken wanneer we met een bewoner naar een arts gaan, maar dit is niet altijd wenselijk. De meeste begeleiders zijn tevens BHV’ers en worden ook getraind om dergelijke beslissingen te maken, maar dit blijft een dilemma. Wanneer een begeleider beslist dat de situatie veilig is, kan er vanuit omstanders de wens bestaan om een arts op te zoeken. We hebben met elkaar afgesproken dat we dichtbij de afspraken blijven die wij maken als team en met de bewoners. Als er vanuit derden druk optreedt is het ook van belang om te kiezen voor de veiligheid van de begeleider. Deze situatie kan ook later heroverwogen worden op het moment dat er geen omstanders zijn. Daarnaast is het belangrijk dat we periodiek met elkaar de werkafspraken rondom deze punten doornemen zodat iedereen zich in staat voelt om de handelen. Wanneer er twijfel bestaat, is er altijd de mogelijkheid om te sparren met een collega op de andere locatie of een achterwacht. Op deze manier kunnen we de veiligheid van alle betrokken partijen waarborgen.